Nieuws 2009


Hoge Raad

Uitspraak Hoge Raad in aandelenlease zaken
Op 5 juni heeft de Hoge Raad in drie verschillende soorten aandelenlease zaken een uitspraak gedaan, namelijk:

  • Een zaak van Dexia en dan wel om een zogenaamde aandelenlease overeenkomst van Legio Lease, welke uitspraak te raadplegen is onder LJN: BH2815. In deze zaak had betreffend persoon het bekende boekje ontvangen van Legio Lease waarin de overeenkomst was opgenomen, de algemene voorwaarden en een brief van de belastingadviseurs. Tevens had betreffende persoon een folder van de KoersExtra overeenkomst, de overeenkomst die door betreffend persoon is afgesloten. Hier gaat het om een huurkoop product en wel om een garantie- of ook wel een aflossingsproduct waarbij aan het eind van de maximale looptijd de aandelen het eigendom worden van de lessee.
  • Dan nog een zaak van Levob, die te raadplegen is onder LJN:BH2811. Hierbij had betreffend persoon de aandelenlease overeenkomst, de algemene voorwaarden en een folder kunnen raadplegen. Het afgesloten product is het Levob Hefboomeffect. Hier is geen sprake van huurkoop. De aandelen kunnen geen eigendom worden.
  • Dan is er nog het Sprintplan van Spaarbeleg; hetgeen nu niet meer de dochter is van Aegon, maar gewoon Aegon. Hierbij gaat het om een collectief gevoerde procedure van GESP. Hier is ook geen sprake van huurkoop. De participaties (in bijvoorbeeld de S&P 500, Nikkei 225, de Euronext top 50 of de Euronext top 100 etc.) kunnen nooit het eigendom worden.
Dwaling
De Hoge Raad heeft duidelijk weergegeven dat aan betreffende personen uit de Dexia en Levob zaak geen beroep op dwaling toe komt.
Met dwaling wordt bedoeld dat men, de afnemer van het product, een onjuiste voorstelling van zaken heeft gehad van het product. Deze dwaling moet te wijten zijn aan (de schuld zijn van) de aanbieder van het product. Hoe kan men een onjuiste voorstelling van zaken krijgen. Dit kan doordat de wederpartij iets niet verteld of juist wel iets verteld wat de onjuiste voorstelling van zaken veroorzaakt.
In de zaken van Dexia en Levob was een beroep op dwaling niet mogelijk, omdat uit de aanwezige informatiematerialen duidelijk bleek dat er sprake was van een belegging in aandelen, met geleend geld, welk risico men liep etcetera. Als iets niet geheel duidelijk is mag verwacht worden dat men enig onderzoek doet. Bij beide zaken gaf men ook weer dat in zijn algemeenheid gesteld mag worden dat men weet dat aandelen in waarde kunnen stijgen, maar ook dalen.

Dat een beroep op dwaling in betreffende gevallen niet mogelijk is, betekent niet dat dwaling in andere gevallen niet mogelijk zou zijn. Dwaling behoort nog steeds overduidelijk tot de mogelijkheden. Dit blijkt onder andere uit het feit dat de Hoge Raad onder punt 4.4.2 LJN: BH2815 weergeeft dat men in de regel uit mag gaan van de juistheid van een door de wederpartij gedane mededeling. In zijn algemeenheid gaat de mededelingsplicht nog steeds boven de onderzoeksplicht!
Denk hierbij bijvoorbeeld aan de contracten van bijvoorbeeld Spaar Select, VSN en nog andere tussenpersonen die betreffende contracten aan de gedupeerden ‘verkocht’ heeft. Hierbij werd een Persoonlijk Financieel Plan opgesteld met allerlei persoonlijke en financiële gegevens of men verstrekte een prognose die een mooie financiële situatie weergaf. Opvallend hierin is dat meerdere bedrijven in Twente exact dezelfde prognoses hanteerden terwijl de bedrijven onderling geen contact hadden. Of de eigenaren van deze bedrijven waren helderziend of er was één bedrijf die de andere bedrijven voorzag van deze prognoses. Van dit laatste was blijkbaar sprake, aangezien dit het meest aannemelijke is.

Misleiding
In geval van de zaken van Dexia en Levob kon tevens geen beroep gedaan worden op misleiding. De betreffende folders waren niet de meest geweldige folders in uitleg en duidelijkheid. Echter mag men hierbij uitgaan van de gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende consument tot wie de brochure zich richt.

Wet op het consumentenkrediet
De Wet op het consumentenkrediet (hierna: Wck) wordt niet van toepassing geacht. De aandelenlease contracten zijn volgens de Hoge Raad namelijk niet aan te merken als een ‘krediettransactie’ in de zin van artikel 1 Wck. Het moet gaan om een ‘goederenkrediet’, dit worden ook wel zaken genoemd, maar effecten zijn geen zaken. Zij worden bestempeld als vermogensrechten; aldus de Hoge Raad.

Bijzondere zorgplicht
Gesteld wordt dat de bijzondere zorgplicht is geschonden door de banken. De waarschuwingsplicht en de verplichting om inkomens- en vermogensgegevens op te vragen ten tijde van het afsluiten van de producten zijn verzaakt door beide banken.
Was de onderzoeksplicht door de aanbieder juist uitgevoerd en zou zijn gebleken dat de afnemer redelijkerwijs niet in staat zou zijn (geweest) om te voldoen aan de betalingsverplichting van de overeenkomst. Dan had de aanbieder moeten adviseren de overeenkomst niet aan te gaan.
De vergoeding moet berekend worden over zowel de betaalde rente en/of aflossing (inleg) en de restschuld.
Bij deze bijzondere zorgplicht is noch het inkomen noch het vermogen relevant. Opvallend is dat bij toedeling van de schade nog eens wordt gekeken wat beide partijen weten dan wel konden weten.
Is er sprake van een onverantwoord zware financiële last voor de afnemer, dan moet minimaal 60% van de totale schade (dus betaalde inleg (rente en/of aflossing) en restschuld) worden vergoed. Hierbij komt in ieder geval 40% voor rekening van de bank.
Het vergoedingspercentage kan dus afhankelijk van de individuele omstandigheden afwijken van het door de Hoge Raad gestelde percentage.

In verband met het gestelde over de bijzondere zorgplicht door de Hoge Raad, dient men veelal alsnog te gaan procederen om een uitkomst te krijgen. Depotconstructies zijn op zich wel duidelijk, in die zin dat de bijzondere zorgplicht hier zeer grof is verzaakt door de banken of wanneer extra hypotheek (of krediet) is opgenomen om de inleg en/of restschuld te kunnen betalen.
De Hoge Raad heeft door betreffende uitspraken zijn plicht weer eens verzaakt. Zij had een mooie regel kunnen formulieren die eenvoudig te hanteren is, zodat men de zaken zou kunnen schikken met de banken. Echter verkiest de Hoge Raad deze oplossing schijnbaar niet.
Net als de uitspraak van 28 maart 2008 van de Hoge Raad over het eegalease argument (artikel 1:88 lid 1 sub d jo 1:89 BW) heeft de Hoge Raad ook niet duidelijkheid verschaft. Immers hadden zij daar ook niet duidelijk gesteld dat vernietiging na drie jaar na aanvang van de overeenkomst mogelijk is door de echtgenoot/geregistreerd partner die de overeenkomst niet heeft meegetekend. Met andere woorden: de Hoge Raad stelde niet duidelijk wanneer geacht dient te worden dat de verjaring aanvangt. Dit is heel simpel en volgt uit de parlementaire geschiedenis, namelijk wanneer de betreffende bevoegdheid aan de desbetreffende persoon ‘ten dienste’ is komen te staan.

Sprintplan
In de Sprintplan zaak is gebleken dat Aegon (voorheen Spaarbeleg) wel aansprakelijk te stellen is, dit op grond van de zorgplicht. De mate van vergoeding kan niet blijken uit een collectieve procedure. Men moet alsnog individueel gaan procederen om de mate van schending van de zorgplicht dan wel de mate van vergoeding vast te laten stellen.

Kanttekening bijzondere zorgplicht
De bijzondere zorgplicht bij al deze aandelenlease zaken verdient op zich nog wel een kanttekening. Bij deze zaken wordt namelijk er vanuit gegaan dat men meerdere informatieve gegevens heeft. Echter komt het behoorlijk vaak voor dat men juist alleen een contract heeft met de algemene voorwaarden. Andere gegevens heeft men nooit ontvangen. Voornamelijk gaat het hierbij om de contracten van Bank Labouchere of de Vliegwielen of soortgelijke overeenkomsten van Aegon.
Dit geschiedde veelal via tussenpersonen (Spaar Select, VSN, Spaar Advies etcetera). Of denk aan de tussenpersonen, zoals Van der Zee uit Borne, die een aandelenlease overeenkomst verkochten, zodat met de opbrengst een aangegane lening zou kunnen worden ingelost. Zou men het aandelenlease contract niet afsluiten, dan kreeg men ook de lening niet. Een mooi voorbeeldje van koppelverkoop, hetgeen verboden is.
Bij deze beoordeling van de zorgplicht wordt ook niet in de beoordeling meegewogen dat de afspraken met de tussenpersonen veelal tot stand kwamen via ‘cold calling’, hetgeen verboden is.
Wanneer de mensen niet ‘lekker’ waren gemaakt door de telemarketeers, dan hadden zij deze overeenkomsten waarschijnlijk niet eens afgesloten.
En wat te zeggen over de zogenaamde adviseurs, die eigenlijk verkopers waren. Economisch geschoold waren zij veelal niet. Zij moesten een vlotte babbel hebben, dat was noodzakelijk voor de verkoop en om voldoende omzet te halen.
Het handelen van de tussenpersonen komt in ieder geval voor rekening van de bank.
En dan nog, zoals eerder aangehaald, het feit dat meerdere bedrijven exact dezelfde prognoses gebruiken; dit is geen toeval. Eén bedrijf heeft daar belang bij gehad en dat kan alleen maar Bank Labouchere zijn geweest.
Als je maar lang genoeg graaft bij onder andere Dexia, dan kom je achter genoeg wetenswaardigheden.
Kortom: Wie zoekt, zal vinden!

Bij enige tegenstrijdigheid tussen het hier gestelde en betreffende uitspraken hebben de uitspraken voorrang.

Terug naar nieuws overzicht 2009